Hoe was het toen?
16 september 2026
Even twee dagen eropuit en een bezoekje aan Maastricht. Met de fiets kwamen wij voorbij Centre Céramique, een multifunctioneel gebouw met een bibliotheek, een museum en tentoonstellingsruimte. Wij konden gratis naar binnen met onze museumkaart, dus de fietsen werden buiten aan een hek vastgemaakt en we gingen naar binnen. Interessante zaken waren er te zien. Vanzelfsprekend heb ik net iets meer interesse in de gebruiken die vroeger met overlijden te maken hadden, dus die kregen mijn aandacht.
Ik moest bij het zien van de oude urnen direct denken aan het grappige mannetje van zeven jaar oud, die ik sprak tijdens een uitvaart afgelopen maand. Hij had het de hele tijd over ‘Opa ja hoor’, de overledene die in een wade op de opbaarplank lag. Het mannetje leek niet treurig, hij was wel nieuwsgierig.
‘Opa ja hoor’ had met hem gesproken over hoe mooi het leven was geweest en dat er ook aan een mooi leven een einde komt. Hij was met ‘Opa ja hoor’ naar diverse musea geweest en grappig genoeg kort geleden nog naar Centre Céramique te Maastricht. Er lagen daar heuse botten, een oude stenen begrafeniskist en een paar urnen, waar opa nu in zou gaan, vertelde hij mij trots.
Hij had het over de bronstijd en ijzertijd, maar wist dat niet uit te leggen, het was vroeger voor hem en hij benadrukte ‘heel erg vroeger’. Ik had de informatie bij de urnen ook gelezen en het was wel anders dan we nu gewend zijn. Nu heb je keramische, ijzeren, bronzen en zelfs biologisch afbreekbare urnen, alles kan. De urnen die in de vitrine stonden waren eerst gewoon als pot voor dagelijks gebruik en nu een verblijfplaats voor de eeuwigheid geworden. Nu zou iedereen er toch wat vreemd van opkijken als je met opa in een Elho pot kwam aanzetten.
Het ventje had een taakje gekregen tijdens de dienst en stak toen het moment daar was gedecideerd de zes kaarsen aan die daarna ‘Opa ja hoor’ verlichtte.
Het was een beetje een open deur, maar ik vroeg het na de dienst toch even aan hem: waarom noem jij jouw opa ‘Opa ja hoor’? Het antwoord kwam met een lach: “Ik mocht altijd alles van opa, wilde ik een ijsje dan zei hij ja hoor, wilde ik naar de speeltuin dan antwoordde hij ja hoor. Nu zal het wel anders worden, want oma is altijd zo voorzichtig, als ik op een muurtje loop moet ik eraf, anders kan ik vallen en dan moet ik naar het ziekenhuis. Oma is vast wel heel verstandig, maar ik vind het niet zo cool.”
Toen de dame van het crematorium langskwam met een schaaltje bitterballen, maakte hij zich lang en ging hij op z’n tenen staan om te zien wat er nog op het schaaltje lag en keek mij aan. “Mag ik er ook één mevrouw Els?” Ik zei “Ja hoor” en wij schoten beiden in de lach.
« terug naar overzicht
Ik moest bij het zien van de oude urnen direct denken aan het grappige mannetje van zeven jaar oud, die ik sprak tijdens een uitvaart afgelopen maand. Hij had het de hele tijd over ‘Opa ja hoor’, de overledene die in een wade op de opbaarplank lag. Het mannetje leek niet treurig, hij was wel nieuwsgierig.
‘Opa ja hoor’ had met hem gesproken over hoe mooi het leven was geweest en dat er ook aan een mooi leven een einde komt. Hij was met ‘Opa ja hoor’ naar diverse musea geweest en grappig genoeg kort geleden nog naar Centre Céramique te Maastricht. Er lagen daar heuse botten, een oude stenen begrafeniskist en een paar urnen, waar opa nu in zou gaan, vertelde hij mij trots.
Hij had het over de bronstijd en ijzertijd, maar wist dat niet uit te leggen, het was vroeger voor hem en hij benadrukte ‘heel erg vroeger’. Ik had de informatie bij de urnen ook gelezen en het was wel anders dan we nu gewend zijn. Nu heb je keramische, ijzeren, bronzen en zelfs biologisch afbreekbare urnen, alles kan. De urnen die in de vitrine stonden waren eerst gewoon als pot voor dagelijks gebruik en nu een verblijfplaats voor de eeuwigheid geworden. Nu zou iedereen er toch wat vreemd van opkijken als je met opa in een Elho pot kwam aanzetten.
Het ventje had een taakje gekregen tijdens de dienst en stak toen het moment daar was gedecideerd de zes kaarsen aan die daarna ‘Opa ja hoor’ verlichtte.
Het was een beetje een open deur, maar ik vroeg het na de dienst toch even aan hem: waarom noem jij jouw opa ‘Opa ja hoor’? Het antwoord kwam met een lach: “Ik mocht altijd alles van opa, wilde ik een ijsje dan zei hij ja hoor, wilde ik naar de speeltuin dan antwoordde hij ja hoor. Nu zal het wel anders worden, want oma is altijd zo voorzichtig, als ik op een muurtje loop moet ik eraf, anders kan ik vallen en dan moet ik naar het ziekenhuis. Oma is vast wel heel verstandig, maar ik vind het niet zo cool.”
Toen de dame van het crematorium langskwam met een schaaltje bitterballen, maakte hij zich lang en ging hij op z’n tenen staan om te zien wat er nog op het schaaltje lag en keek mij aan. “Mag ik er ook één mevrouw Els?” Ik zei “Ja hoor” en wij schoten beiden in de lach.
« terug naar overzicht